Het IJsselmeer, het grootste zoetwatergebied van Europa. Nederlands grootste verblijfplaats van vogels, internationaal als Wetland erkend en tevens Vogelrichtlijngebied, cultuurhistorisch erfgoed, een schitterend natuurgebied en... de enige nog open plek met vergezicht !
© MK-DATA 2011-2017
IJSSELMEERVERENIGING
Home De Vereniging Nieuws Algemeen Contact Het IJsselmeergebied Zoeken

1972 - 2017 - al 45 jaar !

07-05-2011 - Nieuwe natuur versterkt afsluitdijk
Met de uitgave "Afsluitdijk natuurlijk veilig" hielden betrokken natuur- en milieuorganisaties eind 2010 een gezamenlijk pleidooi om de Afsluitdijk in te richten als een natuurlijke klimaatbuffer met vrije doortrek van vissen. In onderstaand artikel wordt uiteengezet dat hiervoor serieuze mogelijkheden zijn. 
Door aanvullende "nieuwe natuur", kan de huidige dijk zelfs blijven zoals hij is. De Afsluitdijk als icoon en monument blijft dan behouden. Behoud geeft aanzienlijke voordelen: geen jarenlange afsluiting, geen kapitaalvernietiging van infrastructuur en kunstwerken. De Adviesgroep Borm & Huijgens (www.adviesgroepbormenhuijgens.nl) heeft de mogelijkheden nader uitgewerkt voor een inrichting, die niet alleen voldoet aan de veiligheidsnormen, maar eveneens een wezenlijke bijdrage levert aan de Europese afspraken ter verbetering van vismigratie en ecologische kwaliteit van de grote rivieren. Scheiding tussen de wateren als probleem De Zuiderzee kon ontstaan, doordat de waterwolf zich eeuwenlang steeds verder door onze noordelijke kustlijn vrat. Uiteindelijk werd pas in 1932 de opening gesloten. De Afsluitdijk maakte een einde aan de immer voortgaande uitholling en verzilting van de Lage Landen. Vanaf dat moment is er weer sprake van een doorlopende kustlijn. Veiligheid boven alles. De Afsluitdijk vormt nu een harde onnatuurlijke grens tussen het zoete IJsselmeer en de zoute Waddenzee. Ze is een barrière voor vismigratie, scheidt twee ecosystemen en geeft een scherpe scheiding tussen zout en zoet. Het gebrek aan migratiemogelijkheden voor vis en andere organismen heeft negatieve effecten op de visstand in zee- en binnenwater. Door het direct spuien in zee bij eb, berokkenen grote zoetwaterbellen schade aan de waddennatuur. Zoetwatervoorraden en tijdelijke rivierwateropvang Het behoud van de zoetwatervoorraden van het IJsselmeer en in de Zuidwestelijke Delta stelt de toekomstige zoetwatervoorziening veilig. Daarnaast behoren beide regio´s bij hoge rivierafvoeren het teveel aan water tijdelijk te kunnen bergen, totdat lozing in zee weer mogelijk is. In de Zeeuwse Delta, waar het meeste rivierwater heengaat, kan de waterberging aanzienlijk worden vergroot. Slechts 15 procent van het water stroomt naar het noorden en wordt opgevangen door een tijdelijke verhoging van het IJsselmeerpeil. Beide functies, voorraadvorming en berging van zoet water, dienen in de planvorming te worden meegenomen. Pleidooi voor ecologische verbinding van Waddenzee met IJsselmeer Het ecologische verlies, dat ontstond door de noodzakelijke aanleg van de Afsluitdijk, kan deels ongedaan gemaakt worden met een permanent open verbinding van de Waddenzee met het IJsselmeer. Het acclimatiseren van trekvis vereist een geleidelijke zoet-zout gradiënt. Om te kunnen overleven is voor kenmerkende soorten een uitgestrekte overgang van belang. Naast vismigratie bevordert het onder meer vergroting van de biodiversiteit, het ontwikkelen van specifieke levensgemeenschappen en de toename van de lokale soortenrijkdom. Tal van organismen zullen profiteren van de beschutte oevers van de corridors. Ook paaiplaatsen voor vis en het creëren van broedgelegenheid voor kust- en moerasvogels vormen een verrijking van de biotopen rond de Afsluitdijk. Door de omstandigheden voor kwelderaanwas aan de zeezijde gunstig te maken, kan de kuststrook zich op meer natuurlijke wijze herstellen. Kortom, de voorkeur ligt bij een robuuste inrichting voor de lange termijn, met overgangsgradiënten aan weerszijden van de dijk. Inrichtingsvoorstel We gaan uit van het handhaven van de huidige Afsluitdijk. Elke fase van het inrichtingsplan draagt als geheel bij aan veiligheid en milieu. Op de afbeelding is het eindresultaat weergegeven De gefaseerde realisatie begint in het westen aan de zeezijde: Een lagere voordijk aan de zeezijde, met platen, kwelders, golfbrekers, kribben en wallen, zorgt ervoor dat de Afsluitdijk in de luwte komt te liggen. De Afsluitdijk is vervolgens aan te passen als een overslagbestendige dijk en voldoet hiermee aan de veiligheidsnormen. Een lagere natuurdijk aan de zijde van het IJsselmeer scheidt de brakwaterzone van het zoete water. Ze zorgt achter de Afsluitdijk voor de opvang en afvoer van zilte overslag, opwaaiing en zoute kwel. Een maximale lengte van de overgangszone van zout naar zoet garandeert dat het IJsselmeer zoet blijft. Deze ontstaat door tweemaal de lengte van de Afsluitdijk te benutten en tevens het Kornwerderdiep af te schermen. Met afwisselende kribben gaat het water in de afvoerlus meanderen, waardoor de af te leggen weg naar de Waddenzee nog eens aanzienlijk wordt vergroot en de stroomsnelheid afneemt. Dit alles geeft een geringe peilverhoging van de zoetwatervoorraad in het IJsselmeer. Wellicht zijn de huidige sluizen bij Den Oever aan de Hollandse zijde in de route op te nemen en valt te onderzoeken hoe ze regulerend kunnen worden ingezet tijdens de aanleg, na realisatie en bij enige zeespiegelstijging. Bij hoge rivierafvoeren kan voor peilverlaging de spuisluis aan de Friese zijde, wellicht met extra spuilocaties, extra worden ingezet om in de monding te lozen. Momenteel raken trekvissen gedesoriënteerd door het grote zoete stilstaande water van het IJsselmeer en vinden daardoor meestal de sluizen niet eens. Het rivierwater is via een smallere route vanaf de IJssel, langs Friesland en om de Afsluitdijk naar de Waddenzee te leiden. Een waarneembare stroming van de IJssel naar zee wordt dan voor de trekvis de routewijzer. Strekdammen en golfbrekers bevorderen de aanwas aan de zeezijde. Zo ontstaat tegen de voordijk een natuurlijke kering die meegroeit met de zee en die als een natuurlijke klimaatbuffer de Afsluitdijk voor stormschade behoedt. De omsloten Afsluitdijk is bovendien aan beide zijden beschermd tegen kruiend ijs. Het estuariene gebied, dat rondom de Afsluitdijk ontstaat, biedt vele mogelijkheden voor natuurgerichte recreatie. De overgangsgradiënten van zout naar zoet, de hoogteverschillen, de variatie in bodems, de gebruikte bouwmaterialen, de immer aanwezige dynamiek, de aangroei van de kust en de poortfunctie van de inrichting vormen de basis voor een ongekende natuurlijke rijkdom.
Meegroeien met de lange termijn De hier gepresenteerde inrichting is er op voorbereid dat de zeespiegel kan gaan stijgen en dat op termijn het water van het IJsselmeer niet meer onder een natuurlijk verval kan wegstromen. Dan is er wellicht geen sprake meer van een open verbinding en pompen gemalen de zoute kwel en zilte overslag, over de gehele lengte opgevangen achter de natuurdijk, weer naar buiten. De kosten van het uitslaan van water zullen leiden tot een bewuste beperking van wateraanvoer vanuit de IJssel. Misschien wordt eerst een periode gedeeltelijk en uiteindelijk geheel uitgemalen. Het is ook afhankelijk van de kosten die een verdere stijging van het peil van het IJsselmeer met zich meebrengt. Berekeningen en bijsturing aan de hand van het tempo van klimaatverandering zijn gewenst. Op de locaties waar de meanderende route naar zee de beide flanken van de Afsluitdijk raakt, kunnen met het oog op de toekomst spuicomplexen met vispassages gerealiseerd worden. De mogelijkheden hiervoor zouden nu al onderzocht en toegepast mogen worden. Samenvatting Voor de compleetheid van stroomgebieden is een grootschalig herstel van zoet-zout overgangen met een geleidelijke estuariene gradiënt van belang. De mogelijkheden voor een blijvende en permanent open verbinding met zee liggen vooral in de Zuidwestelijke Delta. Een meegroeiende bescherming van de Afsluitdijk, het behoud van de zoetwatervoorraad, het creëren van vispassages met brakwaterzones en een algehele toename van de natuurwaarden en biodiversiteit zijn samen ruimschoots de moeite waard. De Raad voor de Wadden heeft gepleit voor een vergroting van het areaal jonge kwelder en voor zoet-zout overgangen en brakwaterzones op brede kwelders langs de vastelandskust. Bovenstaand voorstel voldoet ruimschoots aan dit pleidooi. Adviesgroep Borm & Huijgens – integraal waterbeheer, april 2011   Bronnen:  Adviescommissie Nijpels (2008), Toekomst Afsluitdijk, Rijkswaterstaat, Provincies Friesland en Noord-Holland Raad voor de Wadden (2008), Zoet-zout: Kansen voor herstel zoet-zoutovergangen in het Waddengebied, 2008/02. Borm W. en C. Huijgens (2009), De herijking van de landelijke zoetwaterverdeling, H2O nr. 25/26 2009. Borm W. en C. Huijgens (2009), Planvorming voor estuariene dynamiek, Adviesgroep B & H Rooijendijk C. (2009), Waterwolven, de geschiedenis van de Hollandse waterbouw. Näring M. (2009). Het herstel van zoet-zout overgangen rondom het Waddenzeegebied. IVEM Publications – University of Groningen. Schetsschuit Afsluitdijk (2010), Samenvatting conclusies 17 november 2010. Raad voor de Wadden (2010), Briefadvies Afsluitdijk vanuit Waddenperspectief, 2010/04 Afsluitdijk natuurlijk veilig (2010), Waddenvereniging, It Fryske Gea, IJsselmeervereniging, Landschap Noord-Holland, Het Flevo-landschap, Stichting Verantwoord Beheer IJsselmeergebied, Stichting Wad, Vogelbescherming Nederland, Het Groninger Landschap, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, Programma Naar een Rijke Waddenzee. Borm W. (2010), Landelijk inrichtingsvoorstel voor waterveiligheid, zoetwatervoorziening en estuariene dynamiek, Adviesgroep Borm & Huijgens en Bureau Beaufort, H2O nr.25/26, 24 december 2010. Adviesgroep Borm & Huijgens (2011), Een ecologisch herstel van de delta, Total Fishing, januari 2011. Adviesgroep Borm & Huijgens (2011), Zonder de Kier toch uitstekende kansen voor de trekvis, Water Forum Weeknieuws nr. 486, 30 maart 2011.