Het IJsselmeer, het grootste zoetwatergebied van Europa. Nederlands grootste verblijfplaats van vogels, internationaal als Wetland erkend en tevens Vogelrichtlijngebied, cultuurhistorisch erfgoed, een schitterend natuurgebied en... de enige nog open plek met vergezicht !
© MK-DATA 2011-2017
IJSSELMEERVERENIGING
Home De Vereniging Nieuws Algemeen Contact Het IJsselmeergebied Zoeken

1972 - 2017 - al 45 jaar !

09-04-2012 - "40 Jaar IJsselmeervereniging" (speech Jos Teeuwisse)
 Inleiding   In 1912, honderd jaar geleden, stapte Jacq P. Thijsse samen met zijn vrouw in Stavoren op de fiets om inspiratie op te doen voor zijn boek “Langs de Zuiderzee”. Dit boek was het eerste van een reeks door Verkade uit te geven boeken met landschapbeschrijvingen. Kennelijk werd ook 100 jaar geleden het Zuiderzeegebied boeiend genoeg gevonden om er een populair plaatjesalbum van te maken.
In het boek beschrijft Thijsse de cultuurhistorie, de natuur en de economie van het gebied. Nu zouden we zeggen de ecologie, de economie en de esthetiek van het gebied. De basiskwaliteiten van het landschap. En dit is ook de basis van de IJsselmeervereniging van nu. (Meerdere keren schrijft hij dat de stadjes die hij bezoekt alles behalve dood zijn, (een knipoog naar Havard.) Waar komen we vandaan?   Tachtig jaar geleden werd de Afsluitdijk gedicht en ontstond het IJsselmeer. Thijsse sprak daar ambivalent over. Hij voorzag wat er verloren zou gaan, maar zag ook dat het veel goeds kon brengen. Veertig jaar geleden werd de Vereniging tot Behoud van het IJsselmeer opgericht. Die vereniging was het te doen om het behoud van een waardevol landschap. Het landschap van wat nu het Markermeer heet. De geschiedenis van de Vereniging is goed vastgelegd in het boek “VBIJ 1972-2002, dertig jaar pal voor een zee van ruimte”. Toen bestond er een acute dreiging n.l. de inpoldering van de Markerwaard en de aanleg van een 2e luchthaven. Door slim actievoeren en grote dossierkennis werd het doel van de VBIJ in tien jaar tijd bereikt. De VBIJ’ers van het eerste uur wisten ook de publiciteit goed te benutten. Er werd een tijdschrift, boeken en films gemaakt (zijn vandaag te zien en ook te koop). In 1977 verscheen het boek “Nederland is bijna klaar” en de film “Waterweg”. Daarin wordt al het idee geopperd dat het IJsselmeergebied de status van een Nationaal Landschapspark moest krijgen (Groene nota’s). In 1987, op het symposium “Van behouden naar beheren” werd de conclusie getrokken dat er een “Integraal beleidsplan voor het IJsselmeergebied gemaakt moest worden. Dat kwam er in 1990 (DHV). Alles leek hiermee gelukt te zijn. De gemeenschappelijke vijand was verslagen. Hoe nu verder? Er ontstonden financiële problemen en interne conflicten. Nog even kwam er een opleving toen in de tweede helft van de jaren 90 een nieuwe vijand opdoemde: IJburg. Die strijd werd verloren. Ondanks een verdere professionalisering en een samenwerkingspact met de Waddenvereniging en de Stichting Noordzee leek de vereniging vast te lopen. Er moest wat gebeuren. Waar staan we nu?   Het bestuur van VBIJ realiseerde zich dat alle activiteiten in feite gedaan moesten worden door een klein clubje actieve mensen met een beperkte professionele ondersteuning. Meerdere partijen waren ervan overtuigd dat een sterke NGO voor het IJsselmeergebied nodig was. In 2005 werd er een nieuw samenwerkingsverband gestart. Het Oude VBIJ werd IJsselmeervereniging en er kwam een nieuw VBIJ: Stichting Verantwoord Beheer IJsselmeer. Deze VBIJ is een samenwerkingsverband van Landschap Noord-Holland, It Fryske Gea, Flevolandschap, de Waddenvereniging en de IJsselmeervereniging. Dit zorgde voor een sterker financieel en maatschappelijk draagvlak. De situatie nu is dat er twee NGO’s zijn die zich als belangenbehartiger van het  IJsselmeergebied opwerpen. De een is een organisatie van vrijwilligers en leden en de ander is een organisatie met betaalde krachten en met sterke banden met belangrijke natuurbeschermingsorganisaties rond het IJsselmeer. Twee organisaties met min of meer hetzelfde doel werkt echter ook verwarrend. Beide besturen zijn dan ook nu doende om te kijken hoe de verdere samenwerking het beste gestalte kan krijgen. Belangrijk hiervoor is dat tijdens de ALV van de IJsselmeervereniging in oktober jl. is besloten dat we bij veel zaken nauwere aansluiting zoekt bij de VBIJ. In feite vullen de kwaliteiten van beide organisaties elkaar goed aan en ligt een nog intensievere samenwerking voor de hand. Het gaat beide organisaties immers om het IJsselmeergebied. De VBIJ is sterk in lobby en bestuurlijke processen. De IJsselmeervereniging beschikt over deskundige leden en voert een actieve PR strategie. De VBIJ is goed ingebed in de wereld van overheden en partijen die belang hebben bij het gebied, de IJV creëert draagvlak onder bewoners en gebruikers van het gebied. Beide organisaties realiseren zich dat ze in het verleden te veel reactief te zijn bezig geweest en dat deze tijd vraagt om een meer pro-actieve opstelling. Waar gaan we naar toe?   De tijden zijn sterk veranderd. Veertig jaar geleden was er één partij die bestreden moest worden n.l. Rijk/Rijkswaterstaat. Nu zijn er veel partijen die plannen ontwikkelen voor het gebied: goede en slechte en met onze kleine apparaten is dit veel moeilijker opereren. Onlangs hoorde ik dat er maar liefst 250 partijen zich bezighouden met het IJsselmeergebied. De meeste partijen zijn gericht op deelgebieden of deelaspecten. VBIJ en de IJV zijn de enige NGO’s die zich sterk maken voor de kwaliteiten van het gehele gebied. Een innige samenwerking tussen beide partners is vooral hard nodig omdat het IJsselmeergebied nog steeds van vele kanten wordt bedreigd. Denk aan de plannen voor buitendijks bouwen, voor grote windmolenparken en een hoogspanningsleiding door het gebied. Al deze plannen worden ontwikkeld terwijl bijna het hele gebied een Natura 2000 status heeft. En de waarde van het gebied neemt alleen maar toe als klimaatbuffer en strategische zoetwatervoorraad. Toch zijn er nog te veel instanties die een open gebied als het IJsselmeer als restruimte beschouwen, ruimte waar je nog van alles kunt ontwikkelen. Naar ons idee mist dit gebied een echte nationale status. Voor mij is het onbegrijpelijk dat in 2005 bij het aanwijzen van de Nationale Landschappen het IJsselmeergebied die status niet heeft gekregen, want het is immers een landschap van nationale allure. Wij vinden dan ook dat het gebied die status alsnog moet krijgen. Natuurlijk weten we ook dat dit kabinet het beleid van de Nationale Landschappen heeft overgedaan aan de provincies, maar er zijn er een paar zoals Het Groene Hart en de Nieuwe Hollandse Waterlinie die een wezenlijk deel uitmaken van onze nationale identiteit en daar hoort het IJsselmeergebied zeker bij. Wij gaan dan ook tegen de stroom in pleiten voor een Nationaal Landschap Het Blauwe Hart. Die status is nodig om aan al die initiatiefnemers en ontwikkelaars duidelijk te maken dat we hier met een zeer waardevol gebied te maken hebben Dat betekent niet dat er niets zou mogen en kunnen in het gebied. De constante in het landschap is immers verandering. Ook in het IJsselmeergebied. Maar belangrijk is dat er bij iedere ontwikkeling een evenwicht blijft bestaan tussen de economische, ecologische en esthetische kwaliteiten van het gebeid. Daarnaast is het van wezenlijk belang dat het IJsselmeergebied een plaats krijgt in de harten van veel meer mensen. Het gebied moet meer van de samenleving worden, dan is de bereidheid tot beschermen van kwaliteiten ook veel groter. Daarom zijn wij ook niet tegen het plan Marker Wadden van Natuurmonumenten. Wij zien dit eerder als een kans dan als een bedreiging. Door beleefbare natuur te realiseren langs de nu nog kale Houtribdijk worden de eerder genoemde kwaliteiten versterkt. Dat heeft een meerwaarde. Bedreigingen kun je het best afwenden door waarde toe te voegen. Wel vinden wij dat de aanleg van dit project tevens gepaard moet gaan met een open verbinding tussen Markermeer- IJmeer en IJsselmeer. Wij streven naar een zo natuurlijk mogelijk zoetwatersysteem voor het hele gebied. Behalve ons streven naar een Nationaal Landschap Het Blauwe Hart en onze inspanningen om dat Blauwe Hart naar de mensen te brengen blijven wij ook actief in het stimuleren van lokale en regionale groepen in hun strijd tegen bedreigingen. Wij bieden naar vermogen onze deskundigheid aan die anderen kunnen benutten in hun gerechtvaardigde streven om op te komen voor de kwaliteiten van het gebied. Dat stimuleren doen we o.a. door jaarlijks een onderscheiding uit te reiken aan een persoon of groep die zich bijzonder heeft ingespannen voor de waarden van het IJsselmeergebied. Het is mij dan ook een groot genoegen om bekend te maken dat de Marten Biermanprijs 2012 gaat naar “Urk Briest” een groep die zich in de afgelopen jaren fel heeft verzet tegen de komst van een groot windmolenpark vlak bij Urk en die strijd onverminderd voorzet zolang nog niet alle strijdmiddelen zijn benut. Deze prijs zullen wij later in dit jaar gaan overhandigen. Uitleiding Ik ben aan het einde gekomen van mijn bijdrage. Ik zei al eerder dat wij ons zullen inspannen om het IJsselmeergebied meer naar de mensen te brengen. Dat kun je doen met woord, beeld en geluid. Dat geluid komt dadelijk van het Weespertrekvaart Mannenkoor. Het beeld krijgt u te zien in de vorm van foto’s en films en woorden zijn er al veel gesproken vandaag, maar meer impact hebben boeken. Wij zijn dan ook bijzonder trots dat we dadelijk kunnen overgaan tot de presentatie van een bijzonder boek en een bijzonder tijdschrift die beide gaan over het unieke landschap van het Zuiderzeegebied en IJsselmeergebied. Maar voordat ik ruimte ga maken voor die presentatie wil ik nog een aantal personen bedanken: Alle vrijwilligers van VBIJ en IJsselmeervereniging die zich in de afgelopen veertig jaar sterk gemaakt hebben voor dit gebied. Het Zuiderzeemuseum dat deze middag onze gastheer was De sprekers van het minisymposium Al degenen die hebben bijgedragen aan de realisatie van boek en tijdschrift     Alle aanwezigen dat jullie deze bijzondere gebeurtenis met ons willen vieren Degenen die maanden lang gewerkt hebben om deze bijeenkomst tot een succes te maken en in het bijzonder Kees Schouten die bijna dag en nacht gewerkt heeft aan het welslagen van deze bijeenkomst. Het is dan ook vanzelfsprekend dat Kees het eerste exemplaar van het boek straks gaat uitreiken, maar eerst zal de ‘ontdekker’ en vertaler van de pittoreske reis langs de dode steden van de Zuiderzee, Lex Wapenaar kort het woord tot u richten. IJsselmeervereniging, Enkhuizen, 7 april 2012, Jos Teeuwisse (voorzitter)