Het IJsselmeer, het grootste zoetwatergebied van Europa. Nederlands grootste verblijfplaats van vogels, internationaal als Wetland erkend en tevens Vogelrichtlijngebied, cultuurhistorisch erfgoed, een schitterend natuurgebied en... de enige nog open plek met vergezicht !
© MK-DATA 2011-2017
IJSSELMEERVERENIGING
Home De Vereniging Nieuws Algemeen Contact Het IJsselmeergebied Zoeken

1972 - 2017 - al 45 jaar !

04-01-2010 - Windenergie op land en rond het IJsselmeer
Windenergie zal op de ledenvergadering van de IJsselmeervereniging een discussie punt worden. Ter voorbereiding hierop hebben we de nodige vragen aan echte voorstanders van windenergie. Want dat zijn ze bij MNH. Hun plan mikt op 1250 megawatt windenergie in 2015 (genoeg voor de helft van de huishoudens in Noord-Holland!), waar de provincie Noord-Holland 430 megawat (2012) en 1050MW in 2025 als doelstelling heeft. Voor de plaatsing en werkwijze heeft MNH ook een speciaal plan. We praten in Zaandam op een winderige ochtend met Ernest Briët, directeur van MNH en Juriaan Jansen, een van de schrijvers van het plan Windenergie op Land. (www.milieufederatienoordholland.nl)   Om met de actualiteit te beginnen: wat vinden jullie van de plannen voor het Windmolenplan voor de Noord-Oostpolder bij Urk? (bijna een miljard subsidie!!) Is er een windenergie hype gaande? Ernest: wij gaan niet over de Noord-Oostpolder en we willen onze collega’s van de milieu federatie daar niet voor de voeten lopen, maar het is inderdaad een fors bedrag. Juriaan: Wat ons betreft wordt er niet gebouwd in een vogelrichtlijn gebied. Een dergelijk plan zou in onze zienswijze dus zeker niet passen. Hooguit op een behoorlijke afstand, zo’n twee kilometer uit de kust op het land zou kunnen. Dat je nu veel hoort over windenergie is wel begrijpelijk, want het kan nu direct worden gebouwd en direct gaan bijdragen aan de terugdringing van de co2 emissies. Ernest: wij vinden het dus geen hype, maar we zijn blij dat er in Nederland eindelijk een begin wordt gemaakt met het inhalen van de achterstand die we opgelopen hebben waar het de productie van duurzame energie betreft.  Uit verschillende wetenschappelijke onderzoeken (WRR,NUON, de Groene Rekenkamer) blijkt dat windgeneratoren (door het matige rendement en leveringsonzekerheid in de praktijk) een negatieve co2 balans hebben en vormen daarnaast een belangrijke en toenemende horizonvervuiling. Waarom doet de Milieu federatie NH daar aan mee? Juriaan: Dergelijke onderzoeken kennen wij niet. De WRR spreekt in de het rapport ‘klimaatstrategie – tussen ambitie en realisme’ over een toenemende leveringsonzekerheid indien het aandeel windenergie méér dan 20% van het totale aanbod betreft. Wij praten in Nederland momenteel over 3% windenergie. Onze ambitie is om dit (met zeer grote moeite) naar 6% op te schroeven. Nog ruim binnen de zekerheidsmarge. Wij worden ook een beetje moe van die discussie over de wetenschappelijke feiten. Wij zijn geen windenergie technologen. Wij baseren ons mede op visies van grote instellingen van naam zoals Greenpeace, CE Delft, Wereldnatuurfonds en Natuur en Milieu. In veel van de voor windenergie negatieve onderzoeken zitten vaak oneerlijke vergelijkingen. Wij zijn bijvoorbeeld ook in de eerste plaats voor energiebesparing, dat moet ook. Maar we kunnen ons niet veroorloven om - als nog niet alles aan energiebesparing is gedaan – niet te investeren in windenergie. Ook stellen wij voor nu direct op land aan windenergie te werken, al is op termijn windenergie op zee ook nodig en zijn op lange termijn zonneenergie en wellicht nog niet bekende vormen van duurzame energie voor handen. Voor grootschalige zonneenergie geldt dat die het best te realiseren is in het mediterrane gebied. Voor windenergie zijn onze gematigde streken weer gunstig.   Het valt op dat er vaak onduidelijk wordt gedaan over het opgestelde en werkelijke vermogen van Windgeneratoren. Wat is het werkelijk haalbare vermogen van de moderne windmolens ?  (storing,onderhoud, te weinig wind, energieverlies, etc.) Juriaan: Ik vind uw vraag ook een beetje onduidelijk. Of een auto met een vermogen van 100Pk of 200Pk is volgens mij helemaal niet interessant. Wat interessant is, is of hij je van A naar B kan brengen. Zo is de opbrengst van een windmolen afhankelijk van de gemiddelde windsnelheid en de rotordiameter. Afhankelijk van deze grootheden wordt het vermogen van een turbine bepaald. De opbrengst uit de turbine is wat hij aan energie levert door te gaan draaien. In je exploitatie zijn zaken als onderhoud, storing en transportverlies meegenomen. Ernest: Er zijn in de discussie over windenergie grote tegenstellingen. Zo zijn er ook partijen die zeggen: vogels, landschap: minder belangrijk als het om de continuïteit van de energievoorziening gaat. En aan de andere kant zijn er organisaties voor wie natuur en landschap onaantastbaar zijn. Wij willen de tegenstellingen verkleinen en werelden bij elkaar  brengen om zo vooruitgang te boeken.   Sommige energiestrategen zeggen dat we windenergie tijdelijk nodig hebben om de tijd tussen de afnemende fossiele energie en de ontwikkeling van werkelijk duurzame bronnen (energie efficiency en zonne energie) te overbruggen. Komt windenergie daarmee in het rijtje van kern- en kolencentrales ? Ernest: wij zijn zeker niet voor kolen- en kerncentrales. Windenergie op land en later op zee, verdere ontwikkeling van zonne energie gecombineerd met conventionele centrales dat is de fase waarin we nu zitten. Juriaan: windenergie is van volstrekt andere aard dan kolen of kernenergie. Met windenergie wordt direct groene stroom opgewekt die de plaats kan innemen van de energie uit bestaande  kolencentrales. Het voorstel van de millieufederatie NH voor de windenergie in de prov. NH past de windmolens zoveel mogelijk in in het landschap. Waar het al druk is kunnen er makkelijk wat windmolens bij lijkt de centrale gedachte? Ernest: Onze gedachte is dat je vanuit het landschap moet denken en kijken wat daarin past. Daarbij willen wij de provincie en gemeente laten samenwerken en niet meer iedereen op eigen houtje laten bouwen aan een “Lagerwijtje” (type kleine windmolen) hier en een Lagerwijtje daar. Het aardige is dat dat voor ondernemers zoals boeren geen belemmering hoeft te zijn om in windenergie te investeren. Die molen hoeft niet perse op eigen grond te staan om er in te kunnen investeren. Bij het denken vanuit het landschap kan een goede en ook grootschalige inpassing worden gemaakt. Dat kan nu al een aanzienlijke verbetering van het landschap opleveren als de hap snap geplaatste molens plaatsmaken voor bijvoorbeeld plaatsing van grote molens op een lijn. Juriaan: Ook voor de keuze van het type windmolen moet je naar het landschap kijken. In een zeer grootschalig landschap kunnen megamolens van 200 meter hoog en in een ander geval zijn kleinere exemplaren de oplossing.   Hoe haalbaar is jullie plan eigenlijk, hoe is het ontvangen tot nog toe? De gedeputeerde Heller van Noord Holland die er over gaat was zonder meer positief. Vooral over de wijze hoe we met dit plan onze verantwoordelijkheid nemen. We moeten er verder nu veel mee de boer op en gemeenten en provincie tot samenwerking motiveren. Elk gebied waar dat lukt is winst.   Wordt met toepassing van jullie visie het IJsselmeer/ Markermeer hierdoor blijvend gevrijwaard van Windmolenparken in dit landschap? Juriaan: Vanaf het IJsselmeer blijf je de molens zien, zeker de grote. Maar bij een zorgvuldige inpassing hoeft dat niet lelijk te worden. Ze moeten in ieder geval nooit in de Natura 2000 gebieden worden geplaatst met toepassing van het “hand aan de kraan principe” zoals de minister van economische zaken nu bepleit. Bij dat principe wordt achteraf “gemonitord “ of er te grote schade aan natuur en landschap is ontstaan. Het landschapsontwerp moet vooraf rekening houden met vrijwaring van deze gebieden. Ernest: het is uiteraard ook een kwestie van wat je mooi vind. Ik vind persoonlijk in een grootschalig landschap met een strakke dijk een lijn windmolens niet lelijk.   Nu we er toch zijn praten we nog even door met Ernest Briët over het TMIJ Markermeer thema: De MNH heeft samen met Natuur en Milieu Flevoland, Milieucentrum Amsterdam, Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten een toekomstvisie “Lelynatuur en Waterpark” gemaakt op de natuurlijke ontwikkeling van het Markermeer-IJmeer gemaakt. Dit is o.a. ingebracht bij de ideeënvorming omtrent het Toekomstbeeld Markermeer IJmeer (TMIJ) en de advisering vanuit een aantal maatschappelijke organisaties aan het Kabinet omtrent een aantal grote plannen rondom het Ijmeer. Hoe kijken jullie terug op zo’n “polder overleg en advies model” ? Ernest: Voordat je mee gaat polderen moet je heel goed weten wat je wil. Daarom hebben we met een kleine groep milieu en natuurorganisaties een samenwerkingsverband gevormd waarin we het proces hebben voorbereid en belangrijke uitgangspunten vastgelegd in de genoemde visie. Een van die uitgangspunten was bijvoorbeeld dat groot open water een eigen intrinsieke waarde heeft. En verder moet je beseffen dat er wordt gepolderd en je doet niet mee of je doet wél mee. Overigens moet niet iedereen meepolderen. Er moeten ook clubs zijn die onversneden en uitgesproken hun standpunten moeten formuleren en naar voren brengen. Een goed voorbeeld hiervan is de stichting de Kwade Zwaan. Zij hebben echt meerwaarde op hun eigen manier. Het advies zelf is er open over of de IJmeerspoorlijn er wel of niet moet komen. Dat is al heel wat en het biedt veel kansen. In de “polderprocedure” is het openhouden van deuren en het aanbrengen van “haakjes”, waar later op teruggekomen kan worden heel belangrijk.   Veel van de voorstellen uit het TMIJ rapport zijn gericht op het verbeteren van de natuur op het gebied van fauna en flora o.m. door het maken van moerassen vooroevers en luwte eilanden. Gaat dat niet ten koste van de huidige openheid en ongereptheid?  Wordt het Markermeer hiermee een grote recreatie plas i.p.v. de huidige wilde natuur? (de actiegroep de Kwade Zwaan zegt: “wij komen op voor de leegte” ) Ernest: Je ziet dat een eenzijdig grote aandacht voor behoud of herstel van de natuur nadelig kan zijn voor het landschap. Het creëren van leefgebieden voor vogels of het aanleggen van luwte dammen kan heel negatief uitpakken voor bijvoorbeeld de openheid van het landschap als je deze onverstandig inpast. Ook de bouwplannen van Almere zijn, wanneer je naar de bestaande landschappelijke kwaliteiten kijkt, binnendijks veel beter te realiseren in combinatie met een oostelijke uitbreiding. Waar ook erg voor opgepast moet worden dat bestuurders wegkomen met voorstellen voor geïsoleerde uitvoering van onderdelen van dergelijke plannen. Bijvoorbeeld het eerst aanleggen van buitendijkse landwater overgangen (eilanden, vooroevers) en dan ook nog even een IJmeermeer spoorlijn. Dat is zeer riskant want van het een komt het ander. Ik pleit daarom voor een integraal en volledig plan dat vervolgens wel gefaseerd kan worden uitgevoerd.  Uit onderzoek (Rijkswaterstaat)blijkt dat het aan te leggen oermoeras op zich de slibproblematiek niet zal verhelpen, maar dat de verdieping over een groot oppervlak dat wel doet. De werkelijke boosdoener is de Houtribdijk. Waarom steunt de MNH niet de gedachte van de IJsselmeervereniging om de Houtribdijk  doorlatend te maken en daarmee de natuurlijke stroming binnen veilige grenzen te herstellen en zodoende de slibproblematiek op te lossen. Ernest: Ik vind het een heel interessante gedachte, die goed zou kunnen werken. Er is echter een “maar” namelijk dat dit moeilijk te verenigen is met de adviezen van de commissie Veerman. Veerman stelt een grote peilverhoging (1,5 meter) voor het IJsselmeer voor, met behoud van het huidig Markermeerpeil. Dat is o.m. juist gedaan om buitendijkse uitbreidingen van de gemeenten rondom het Markermeer en IJmeer mogelijk te maken!   
Door: Kees Schouten Gesprek met Ernest Briët en Juriaan Jansen van de Milieu Federatie Noord-Holland De aanleiding voor het gesprek is het in juli 2009 gepresenteerde rapport Windenergie Op Land, waarin door de Milieu Federatie Noord Holland (MNH) een grensverleggend voorstel wordt gedaan voor de grootschalige uitbreiding en plaatsing van windgeneratoren in Noord Holland.